Laatste wijziging: 2 september 2010
Ga naar de beginpagina  Chat Emailgroepen Zoeken op de website  Verstuur een e-mail  Bekijk de site in een printer-geschikte layout  Links Sitemap
 
Burnout test C. Karsten
Burnout veroorzaakt door je werk
Burnout Inventory (test UK)
Werkdruk, stress & burnout-test



Burnout test

In welke mate veroorzaakt werk je burnout?

Wat is de burnout-potentie van je werk? Beverly Potter, de Amerikaanse burnoutdeskundige ontwierp een Burnout Potential Inventory, waarin de burnout veroorzakende situaties worden benoemd. De onderstaande vragenlijst is een vertaling van de vragenlijst van Beverly Potter.

Stressoren in je werk:

1. slechte werksfeer4x zo hoog risico
2. geen autonomie over werktempo4x zo hoog risico
3. hoog werktempo3x zo hoog risico
4. gemis aan creatieve inbreng3x zo hoog risico
5. eentonig werk2x zo hoog risico
6. geen plezier in het werk2x zo hoog risico
7. hoge tijdsdruk2x zo hoog risico

(rapport: Langdurige arbeidsongeschiktheid 1998 LISV)

Instructie:
Beoordeel hoe vaak iedere situatie je hindert in je werk. Gebruik een schaal van 1 tot 9 om de situaties te beoordelen, de score 1 betekent nooit, score 9 altijd.

(Bron: 'Omgaan met Burnout' van Carien Karsten en 'Overcoming Job Burnout, how to renew enthusiasm for work' van Beverly Potter)

Machteloosheid 
Ik kan de problemen die mij worden toegewezen niet oplossen.
Ik zit klem in een baan zonder vooruitzichten.
Ik ben niet in staat beslissingen die mij beďnvloeden op te lossen.
Ik word misschien ontslagen en daar kan ik niets aan doen.
Inadequate informatie 
De reikwijdte en de verantwoordelijkheden van mijn baan zin mij niet duidelijk.
Ik heb niet d informatie die ik nodig heb om het goed te doen.
Mensen met wie ik werk begrijpen niet wat mijn rol in het geheel is.
Ik begrijp het doel van mijn werk niet.
Conflict 
Ik zit er middenin.
Ik moet aan conflicterende vragen tegemoet komen.
Ik ben het niet eens met mensen op het werk.
Ik moet procedures aan mijn laars lappen om het werk voor elkaar te krijgen.
Ondermijnende collegiale verhoudingen 
Collega’s ondermijnen me.
De leiding trekt sommige mensen voor.
Machtspolitiek hindert me in de uitoefening van mijn werk.
Mensen concurreren met elkaar in plaats van samen te werken.
Overbelasting 
Mijn werk belast mij in mijn privé-leven.
Ik heb teveel te doen en te weinig tijd om het te doen.
Ik moet mijn werk mee naar huis nemen.
De hoeveelheid werk die ik heb oefent een negatieve invloed uit op de kwaliteit van mijn werk.
Verveling 
Ik heb te weinig te doen.
Ik ben overgekwalificeerd voor het werk dat ik doe.
Mijn werk is niet uitdagend.
Het grootste gedeelte van mijn tijd besteed ik aan routinezaken.
Slechte feedback 
Ik weet niet wat ik goed of fout doe.
Ik weet niet wat mijn baas vindt van mijn werk.
Ik krijg informatie te laat om ernaar te handelen.
Ik zie geen resultaten van mijn werk.
Straf 
Mijn baas is kritisch.
Iemand anders strijkt met de eer van mijn werk.
Mijn werk wordt niet gewaardeerd.
Ik krijg de schuld van andermans fouten.
Vervreemding 
Ik ben geďsoleerd van de anderen.
Ik ben slechts een miniem radertje in de gehele organisatie.
Ik deel niet veel met mijn collega’s.
Ik vermijd mensen te vertellen waar ik werk of wat ik doe.
Tweeslachtigheid 
De regels veranderen continue.
Ik weet niet wat er van mij verwacht wordt.
Er is geen relatie tussen hoe ik werk en het succes van mijn werk.
Prioriteiten die ik moet stellen, zijn voor mij onduidelijk.
Gebrek aan beloning 
Mijn werk geeft geen voldoening.
Ik heb weinig echte successen.
Mijn carričre prognose is niet uitgekomen.
Ik krijg geen respect.
Waarde conflict 
Ik moet sjoemelen met mijn waarden.
Mensen keuren af wat ik doe.
Ik geloof niet in de instelling/organisatie.
Mijn hart ligt niet in mijn werk.