Laatste wijziging: 2 september 2010
Ga naar de beginpagina  Chat Emailgroepen Zoeken op de website  Verstuur een e-mail  Bekijk de site in een printer-geschikte layout  Links Sitemap
 
Angst
Body Dysmorphic Disorder
Depressie
ME en CVS
Pesten op het werk
RSI
Hyperventilatie
Fibromyalgie
Quarterlife crisis



Body Dysmorphic Disorder



Body Dysmorphic Disorder is een psychiatrische stoornis die vanwege vanwege de onbekendheid bij zowel de bevolking als de hulpverlening vaak niet wordt herkend. Ook de schaamte waar het mee gepaard gaat, zorgt voor een moeizame diagnose. Deze stoornis, voor het gemak vaak afgekort tot BDD, wordt ook wel 'ingebeelde lelijkheid', 'spiegelvrees', 'dysmorfofobie' of stoornis in de lichaamsbeleving genoemd. Het Adonis Complex is een bijzondere vorm van BDD bij mannen waarbij de preoccupatie zich richt op de gespierdheid en vorm van het lichaam.

Body Dismorphic Disorder valt onder de zogeheten groep somatoforme stoornissen. Somatoforme stoornissen worden gekenmerkt door de volgende aspecten: de aanwezigheid van lichamelijke klachten, die de suggestie wekken van de aanwezigheid van een lichamelijke aandoening, maar die desondanks niet volledig verklaard kunnen worden door een lichamelijke aandoening, door het directe effect van het gebruik van middelen of door een psychische stoornis zoals bijv. een paniek- of angststoornis.
Er is sprake van een herhaalde presentatie van lichamelijke klachten, met aanhoudende verzoeken om medisch onderzoek, ondanks herhaalde negatieve bevindingen over aanwezigheid van de klachten en de geruststelling van doktoren dat de klachten geen lichamelijke oorzaak hebben. Centraal staat de manier waarop klachten worden beleefd, de opvattingen over de klachten, het ziektegedrag en de factoren die de klachten of de beperkingen onderhouden. Klachten en de gevolgen van de klachten vormen een vicieuze cirkel. Het doorbreken daarvan kan de beperkingen en de lijdensdruk van lichamelijke klachten belangrijk verminderen, ook als de klacht zelf niet veel verandert.

Patiënten die voldoen aan BDD criteria , voldoen geregeld ook aan de criteria van een andere somatoforme stoornis, een depressieve stoornis, een angststoornis of een persoonlijkheidsstoornis en soms ook aan de criteria van een dissociatieve stoornis of psychotische stoornis. Deze zogeheten co-morbiditeit (combinaties van stoornissen) komen beduidend vaker voor dan op grond van toeval verwacht mag worden.
Een wat bekendere somatoforme stoornis is hypochondrie, preoccupatie met de angst voor, of de gedachte aan een ernstige ziekte te lijden, gebaseerd op misinterpretatie van één of meer lichamelijke klachten of verschijnselen
Typerend voor BDD is naast de preoccupatie, het enorme fanatisme waarmee het gepaard gaat.

Iemand die aan BDD lijdt, ziet zichzelf niet zoals anderen hem of haar zien. Dit heeft naast complexe factoren onder andere te maken met een verstoorde balans in de werking van verschillende stoffen in de hersenen, waarvan met name serotonine een grote invloed heeft. Bij mensen die lijden aan BDD zorgen diverse factoren samen ervoor dat men zichzelf vaak als zó lelijk ziet, dat het die mensen belemmert om een normaal leven te kunnen lijden. Het 'pleziergehalte' van iemand met BDD is in een wetenschappelijk onderzoek vergeleken met die van mensen met andere psychiatrische stoornissen als depressies, dwangneurose en verschillende fobia. De groep mensen met BDD scoorde het laagst. Dit is niet verwonderlijk als je bedenkt dat BDD vrijwel altijd gepaard gaat met een chronische depressie. De depressie is in dat geval zelfs slechts het tweede en kleinere probleem.

Mensen die aan deze stoornis lijden vermijden vaak contacten, durven geen relaties meer aan te gaan, verliezen hun baan, stoppen hun studie en raken hierdoor steeds meer in een sociaal isolement. Al bestaan er ook mildere vormen, toch blijft men in veel gevallen uit angst voor afgewezen of uitgelachen te worden liever thuis. Men wordt vaak paranoïde. Wanneer een groep mensen lacht vermoedt men automatisch dat men uitgelachen wordt vanwege het uiterlijk.
Het suïcide percentage bij BDD-ers is behoorlijk hoog. Veel mensen met BDD doen uiteindelijk een poging, sommigen slagen. Ze voelen zich letterlijk te lelijk om geaccepteerd te worden, terwijl er volgens kennissen, familie of partner vaak niets vreemds te zien is.

Men vermoedt dat ongeveer 1 á 2% van de bevolking BDD heeft, variërend van milde tot zeer zware BDD en gelijk verdeeld over mannen en vrouwen. Echter, door de schaamte en de geheimzinnigheid wordt er nauwelijks over gepraat, waardoor mensen met deze ziekte vaak een onjuiste diagnose te horen krijgen. Wanneer men dan bijvoorbeeld voor een depressie wordt behandeld, blijft de wortel van het probleem voortbestaan, waardoor het lijden er in bijna alle gevallen niet veel minder op wordt.

Een duidelijke oorzaak van deze stoornis is er nog niet. Mogelijk verschilt deze ook van persoon tot persoon. Pas sinds ongeveer tien jaar begint men zich meer en meer te richten op de wetenschappelijke kant van Body Dysmorphic Disorder. Onderzoeken worden gedaan. Er wordt druk gespeculeerd. Enkele mogelijke oorzaken zijn een gebrek aan bepaalde stoffen in de hersenen, erfelijkheid, trauma's, pesterijen, moeilijke gezinssituaties, en ga zo maar door. Een oorzaak die veel gevolg heeft in de onderzoekswereld, is die van de chemische onbalansen in de hersenen. Dit komt omdat behandelingen met zogenaamde SSRI's (antidepressiva) lijken aan te tonen dat het wel degelijk om ongeregeldheden in de bovenkamer gaat. Veel patiënten die een behandeling met SSRI's combineerden met cognitieve gedragstherapie gingen er op vooruit.

De oplossing is echter niet zo simpel. Veel mensen hebben baat bij cognitieve gedragstherapie en SSRI's, maar bij sommige mensen slaat dit niet aan. Men onderzoekt de mogelijkheden voor deze mensen. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar een gebrek aan hormonen die voor de werking van neurotransmitters zorgen, die op hun beurt het serotoninepijl in stand moeten houden. Wanneer die hormonen nauwelijks aanwezig zijn, lijdt het serotoninepijl daar natuurlijk ook onder. Voor mensen die hier last van hebben bieden andere soorten medicatie voor BDD soms een uitkomst.

Maar waar richt de obsessie zich nou eigenlijk op? Deze lichamelijke obsessie kan zich richten op allerlei aspecten van een mens. Vaak gaat het echter om het gezicht. Veel genoemde punten zijn: De ogen, de neus, de haarlijn, dikte van het haar, de geslachtsdelen, wallen, kin, kaak, jukbeenderen, gespierdheid, lichaamshaar, acné en littekens. Maar ook andere delen van het lichaam vallen onder de mogelijkheden.
Hierdoor wordt het moeilijk een gesprek met iemand te voeren, aangezien men zich vaak aangekeken voelt. Er wordt veel vergeleken door mensen met BDD om zichzelf gerust te stellen. "Ah, hij heeft het ook. Ik ben niet de enige. Hij ziet er wel gelukkig uit, dan moet ik er toch ook mee kunnen leven?" Seks wordt lastig, als het al niet onmogelijk is geworden. Je geeft je lichaam letterlijk bloot, iets wat erg moeilijk kan zijn wanneer je walgt van één of meerdere lichaamsdelen die aan jezelf toebehoren. Sommige mensen durven niet meer in een auto te rijden uit angst om in een file terecht te komen. Men zou dan bekeken kunnen worden. "Ik moet hier weg, wat als hij mijn neus ziet?" De ziekte kan zeer bizarre en voor psychisch gezonde mensen onbegrijpelijke vormen aannemen.

Wanneer iemand zo ontevreden is over een lichaamsdeel, gaat men op zoek naar een oplossing. Veel mensen met BDD lezen dan ook veel over plastische chirurgie om zichzelf gerust te stellen dat er nog een kans is op een beter leven, en zoeken uiteindelijk op deze manier hulp. Dit lijdt in bijna alle gevallen tot een verergering van de obsessie. Het probleem zit tussen de oren, hierdoor zal bijna niemand met Body Dysmorphic Disorder tevreden zijn met de resultaten van een chirurgische ingreep.

Het lastige aan deze ziekte is dat het grensgebied tussen ijdelheid en een obsessie nogal vaag is. Veel mensen met BDD durven er niet mee naar buiten te komen, uit angst om ijdel genoemd te worden. Bij mensen bij wie dit gebeurt, komt het vaak voor dat men het vanaf dat moment niet meer durft op te biechten.

(Bron: Body Dysmorphic Disorder).