Laatste wijziging: 2 september 2010
Ga naar de beginpagina  Chat Emailgroepen Zoeken op de website  Verstuur een e-mail  Bekijk de site in een printer-geschikte layout  Links Sitemap
 
Inleiding
Mijn weg naar burnout
Het Burning process
Het Burnout proces
Het Burnin proces
Het Burnish proces
Risico's burnin technieken
Positieve gevolgen burnout
Reïntegratie in de werksituatie
Mijn ervaringen met het GAK
Knelpunten
Positieve gevolgen Terugval
Assessment loopbaanadvies
De terugval



Het Burning proces

Het begin
Het begin van mijn burnout ligt, voor zover ik me dat nu kan herinneren, al heel vroeg in mijn jeugd. Dit noem ik het Burning proces. Na mijn Mbo-opleiding ben ik gaan werken. Ik had destijds wel de capaciteit om een Hbo-opleiding te volgen, maar ik besloot dat niet te doen. Ik had namelijk andere plannen had, waarvan de belangrijkste waren: trouwen en een gezin opbouwen.
Ik ben destijds begonnen met test- en montagewerkzaamheden in centrales. Al vrij snel werd ik belast met projecten waarbij ik ook leiding moest geven aan oudere en ervaren collega’s. Hier had ik geen grote problemen mee, omdat ik toen al goed met mensen om kon gaan en iedereen in zijn waarde liet. Conflicten worden op deze wijze vermeden of bespreekbaar gemaakt en het is een stevige basis voor een goede samenwerking. In deze periode heb ik geen problemen gehad, omdat ik en mijn omgeving geen hoge eisen stelden aan mijn functioneren. Ik kon dus redelijk ontspannen mijn werk doen. Van oorsprong heb ik altijd het gevoel gehad dat ik prestaties moest leveren. Dan val je namelijk positief op en krijg je complimenten en waardering. Dit heb ik altijd sterk nodig gehad en is mede de oorzaak van mijn tomeloze ambitie. Het is niet direct het bijbehorende salaris als wel de maatschappelijke positie behorende bij een bepaalde functie. Het werk dat ik deed werd uiteindelijk te routinematig. Er was voldoende aanleiding om een nieuwe uitdaging aan te gaan. Ik leverde voor mezelf en ook voor mijn omgeving geen opvallende prestaties meer.

Ik ben gaan solliciteren naar een automatiseringsfunctie, een functie die een hoog maatschappelijke aanzien genoot, zeker in het begin van de jaren tachtig. Deze functie heb ik gekregen en nadat ik een aantal opleidingen had gevolgd, kon ik fulltime als programmeur en systeemanalist aan het werk. In het begin was ik vrij onzeker en had ik het gevoel dat ik het niet aan zou kunnen door te hoge verwachtingen van het management. Men vond toen dat ik de ‘kroonprins’ moest worden van een statisticus, die binnen een aantal jaren met pensioen zou gaan. Ik heb de daarvoor benodigde statistische opleidingen gevolgd, maar zonder dat ik het diploma haalde. Nu ik er over nadenk, werd ik in een situatie gemanoeuvreerd die ik niet wilde. Ik liet het met me gebeuren, terwijl ik die rol niet aankon of ambieerde. Aangezien ik zeer ambitieus en een perfectionist was, ontstonden hier de eerste problemen, omdat ik iets moest bereiken dat ik niet kon. De oorzaak lag meer in het feit dat ik het niet wilde, maar dat had ik toen niet door. Op een gegeven moment heb ik dat toegegeven nadat het mij gevraagd werd. Vanaf dat moment kon ik me weer beter ontspannen en was de druk van de ‘kroonprins’ zijn eraf. Na enkele jaren in deze functie gefunctioneerd te hebben, werd het wederom te routinematig en kreeg ik weer dat onbestemde gevoel om meer te moeten presteren. Het werk ging te gemakkelijk en paste daarom niet langer bij mijn ambities en prestatiedrift.
Ik heb toen een functie gekregen op een Informatiecentrum als microcomputerspecialist. Dat was in het midden van de jaren tachtig een ondergeschikte functie omdat de meeste collega’s het minderwaardig vonden om te werken met een ‘game’ computer. Het was een vrij specialistische functie en ik was intermediair tussen de interne klant en de leverancier. De functie bestond uit het geven van adviezen, voorlichting, programmering en het geven van klantenondersteuning. De eerste maanden in deze functie was ik erg onzeker en had ik het gevoel dat ik het werk niet op een goede manier aankon en niet voldoende presteerde. Ik stelde te hoge eisen aan mezelf en kreeg te weinig waardering vanuit de werkomgeving. Na verloop van tijd veranderde dat, omdat ik meer ervaring kreeg en een aantal zeer interessante projecten kon doen. Het opmerkelijkste was de uitvoering van een project in Zuid-Amerika. Er moesten processen worden geautomatiseerd en tevens moest ik een aantal cursussen ontwikkelen en ook geven. Collega’s kregen hierdoor meer waardering voor mijn werk en waren enigszins jaloers. In 1986 ben ik tijdelijk uitgezonden naar Zuid-Amerika om het project te implementeren en cursussen te geven. Ik werd daar uitermate hartelijk ontvangen en heb ervaren dat er naast werk ook andere wezenlijke zaken bestaan, zoals diepgaande sociale contacten. Op uitnodiging van de opdrachtgever ben ik eind 1986 nog een keer geweest, samen met mijn vrouw. De opzet van de opdrachtgever was om me over te halen om er te gaan wonen en werken. Gezamenlijk hebben we besloten om dit niet te doen, gezien verschillende voor dit verhaal niet relevante omstandigheden en redenen. Ik heb in het jaar na deze beslissing een moeilijke tijd gehad. Achteraf denk ik dat ik toen kort maar onbewust ervaren heb, waar de prioriteiten in het leven liggen en waar het nu eigelijk om gaat. De sociale contacten die ik daar met een aantal mensen, in het bijzonder een aantal indianen, heb gehad waren kort maar heel erg indrukwekkend en intensief.

Na verloop van tijd verdween het gevoel en kon ik me weer geheel wijden aan mijn ambities en carričre. Met regelmatige tussenpozen voelde ik me niet gelukkig en tevreden. Ik heb in die tijd daarna diverse functies gehad waar ik voor gevraagd werd, zonder dat het dus nodig was om te solliciteren. Doordat je gevraagd wordt voor een bepaalde functie voel je je gevleid, maar ook ontstaan daardoor hoge verwachtingen en een ongezonde spanning. Men wil je graag hebben, omdat men vindt dat je het goed doet. Regelmatig had ik het gevoel dat ik hierdoor op mijn tenen liep en dat ik niet op mijn eigen niveau functioneerde. Als Mbo’er zat ik op een Hbo-functie. Uiteraard kan dat, omdat je ervaring opdoet en omdat ik veel opleidingen en cursussen heb gevolgd. Ondanks dat ik op een gegeven moment voor een nieuwe functie een psychologisch onderzoek heb moeten doen en waaruit geconcludeerd werd dat ik op Hbo-niveau kon functioneren, bleef ik hier altijd onzeker over. Ik keek erg op tegen Hbo’ers omdat ik vond dat zij beter functioneerden. Achteraf onzin, want ik deed het erg goed en dat vond mijn omgeving ook. Ik heb nog nooit een slechte beoordeling gehad en dat geeft toch aan dat je het niet verkeerd doet. Daarnaast was ik een doener en geen denker. Ik kon mijn werk goed uitvoeren en met goede resultaten. Waren er vergaderingen met onderwerpen waarvan ik niet over voldoende kennis beschikte, dan voelde ik me daar erg ongelukkig bij en vond ik dat de oorzaken bij in mezelf zaten, zoals het Mbo-niveau, doener, perfectionisme etc. Dit is de uiteindelijke oorzaak geweest van mijn burnout. Het begon dus al in de jaren tachtig. Ik had alles toen nog goed in de hand, omdat de externe problemen en de eisen nog te hanteren waren.
Uiteindelijk resulteerde dit wel twee keer in een korte periode van overspannenheid: in 1988 en 1992. Ik had tijdens die perioden niet bewust door wat de onderliggende oorzaken waren en kon er toen weinig tot niets mee doen. Nu, achteraf, weet ik dat ik me er toen onbewust wel bewust van was.

Point of no return
Na een vervelende periode in mijn voorlaatste functie (afdeling werd in 1997 opgeheven), mismanagement, problemen met collega’s en ‘verraad’ door het toenmalig management, heb ik mijn huidige functie aangeboden gekregen en geaccepteerd.
Voordat het zover was, gebeurden er nog een aantal andere relevante zaken in die voorlaatste functie. Een nieuw te vormen afdeling kon me aanvankelijk niet plaatsen, maar later wilde de toenmalige directeur van die afdeling mij graag binnen zijn afdeling opnemen. Hiervoor had ik nog geprobeerd om mijn subafdeling overgeplaatst te krijgen naar de nieuw te vormen afdeling. Helaas voor mij en mijn collega’s werd dit afgewezen. Er waren in mijn geval veel procedurefouten gemaakt tussen mijn toenmalige afdeling en de nieuw te vormen afdeling. Na diverse gesprekken hield ik er een goed aanbod aan over om alsnog over te gaan. Het enige probleem dat ik hierbij had, is dat ik geen vertrouwen had in een positief verloop van die afdeling. Ik heb toen toch besloten om een andere keuze te maken. Daarom heb ik in die periode zelf een aantal gesprekken gearrangeerd met de contactpersoon van mijn huidige afdeling om de mogelijkheden te bespreken voor overgang van mijn collega’s en van mezelf. Ik heb ook een aantal gesprekken gehad met mijn voorganger om inzicht te krijgen in de functie. Helaas kreeg ik geen goed beeld van deze nieuwe functie, anders had ik mezelf voor veel problemen kunnen behoeden. Ook had ik geen idee wat het precies is om manager van een afdeling te zijn en wat de gevaren van een dergelijke functie kunnen zijn. Ik ben nooit getraind en ik heb geen managementopleiding gevolgd. Ik kan wel zeggen dat ik een goede peoplemanager ben, maar dat is niet voldoende. Als ik nu de passage lees over stress onder managers, dan is het niet meer dan logisch dat deze managementfunctie niet bij me paste. Ik kan moeilijk omgaan met negativisme, het nemen van impopulaire beslissingen, terwijl je het er niet mee eens bent, buiten de groep medewerkers te staan, academisch denken en functioneren en ga zo maar door.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik verbaasd was over het feit dat ik toen zo gemakkelijk ben aangenomen in deze laatste functie. Ik heb in het verleden veel sollicitatiegesprekken gevoerd, echter nog nooit zo’n slechte als toen. De managers hadden amper tijd voor het gesprek en wat me nog het meest verbaasde was dat ik zo gemakkelijk een managementfunctie kreeg, zonder psychologisch onderzoek, gebrek aan managementervaring en capaciteiten etc. In eerst instantie was ik blij met deze functie, omdat ik in een moeilijke situatie zat in mijn vorige functie. Ook dacht ik toen nog dat alles wat ik hiervoor aan werkzaamheden heb gedaan, precies paste in deze functie.
Ik was dan ook tevreden met het feit dat ik een baan voor mezelf had gevonden, zonder dat ik daar iemand van mijn toenmalige afdeling voor nodig had.

De val
Vanaf de eerste dag in mijn nieuwe functie had ik het gevoel dat een managementfunctie niet goed voor me was. Maar in het begin denk je nog dat het normaal is, want je moet nog wennen aan de nieuwe organisatie en groeien in je functie. In die tijd was er al veel onrust in het managementteam en was er tamelijk veel verloop binnen dit team. Ook een reorganisatie was debet aan de onrustige situatie die er op dat moment heerste. Signalen uit de teambuildingsessies werden niet op een goede manier opgepakt en uitgewerkt, zodat ze niet resulteerden in positieve resultaten. Ook de vele schriftelijke reacties over de problemen die door nieuwe medewerkers werden geconstateerd over de organisatie werden niet opgepakt, waardoor er veel frustratie heerste en veel verloop was bij de interne, maar ook bij de externe medewerkers. De omstandigheden waren voor mij hierdoor niet optimaal.
Nu ligt de oorzaak van mijn burnout natuurlijk niet in de bovenstaande situatie, maar lag de uiteindelijke oorzaak in mezelf.
Ik heb in de negen maanden dat ik manager ben geweest veel geleerd, maar ook veel tegenslag gehad en de gehele periode onder constante stress gefunctioneerd. Ik werkte minimaal 60 uur per week, had geen tijd voor de lunch, ontspanning en sociale contacten buiten mijn werk om. Daarnaast wilde ik het werk perfect uitvoeren en pakte ik teveel nieuwe activiteiten op die opgelost en/of verbeterd moesten worden. Ook kwam er veel frustratie bij, waardoor je weer aan jezelf gaat twijfelen omdat het wel gelukt was als je het beter had gedaan (denk je). Over het managen van mijn afdeling was ik tevreden en dit ging goed, al koste het me al mijn energie. Daar kwamen dan nog de specifieke managementtaken bij, zoals opstellen afdelingsbeleid, projecten, teamoverleggen, strategische overleggen etc. Ik wist instinctief dat de functie schadelijk was voor mij en ik voelde me er niet gelukkig bij. Dat uitte zich in slecht slapen, niet kunnen concentreren, onzekerheid, besluiteloosheid, emotioneel uitgeput etc. Daarnaast kreeg ik 4 maanden na de start in deze functie, lichamelijke klachten, zoals druk op de borst. Mijn huisarts gaf mij de waarschuwing om te stoppen met deze ongezonde situatie. Waarschuwingen sloeg ik in de wind, omdat ik de problemen nog steeds zag als behorend bij het inwerken in de nieuwe functie en ik geloofde dat na verloop van tijd alles eenvoudiger zou worden. Regelmatig heb ik er over gesproken tijdens de bilaterale gesprekken met mijn manager en met enkele collega’s. Alleen heb ik blijkbaar niet duidelijk genoeg aangegeven waar mijn problemen lagen en wat de aard daarvan was, want ik kreeg uitsluitend positieve oplossingen aangereikt. Dit was een goed streven, maar daarmee werden mijn problemen onderschat en niet opgelost. Na dergelijke gesprekken kon ik weer 1 of 2 dagen enthousiast omgaan met mijn problemen, maar het waren geen goede oplossingen want binnen die 2 dagen ging het weer helemaal verkeerd en werd het eigenlijk alleen maar erger. Het meest opvallende was wel dat niemand in mijn directe werkomgeving doorhad hoe slecht het me mij ging want iedereen dacht juist dat ik de zaken goed op orde had.

De druppel
De druppel die bij mij de emmer deed overlopen kwam tijdens een managementmeeting op 11 juni 1998.
‘s Morgens ging het allemaal nog redelijk goed omdat er toen gesproken werd over o.a. de begroting voor 1999, dus vrij concrete zaken. ‘s Middags werd er gesproken over het nieuwe beleidsplan voor de afdeling. Er lag een conceptvoorstel, maar daar werd niet inhoudelijk op ingegaan. De opzet was om gezamenlijk tijdens de middagsessie al denkende een nieuw concept beleidsplan op te stellen. Dit ging voor mijn gevoel gepaard met veel onduidelijk academisch geklets, terwijl er een goed conceptvoorstel lag waar ik, maar ook de anderen, me op had voorbereid. Tijdens deze sessie ging ik flippen en kwamen alle frustraties, onzekerheden, problemen etc. als een enorme massa over mij heen. Tijdens een door mij uitgeroepen pauze heb ik aangegeven dat ik er mee stopte. Een paar dagen hiervoor zat het er al aan te komen, ik heb toen al een aantal gesprekken met mijn manager gehad waarin ik aangegeven had dat ik een andere functie wilde omdat het eigenlijk niet meer ging. Ik had toen dus al het emotionele besluit genomen om te stoppen met mijn functie.



Klik hier voor een reactie per e-mail 
- Copyright © 2001 - 2005 GO-Burnin