Systeemtherapie
Bij deze therapie gaat men ervan uit dat er een relatie bestaat tussen de manier waarop gezinsleden met elkaar omgaan en het ontstaan van psychische stoornissen bij leden van het gezin. De ontwikkeling van deze gedachte, en de hieruit voortkomende gezinstherapie en partnerrelatietherapie, kwam pas in de jaren vijftig echt op gang. Men stelde vast dat het verminderen van moeilijkheden of klachten bij een individuele patiënt vaak gepaard ging met de ontwikkeling van klachten bij leden van diens gezin: een partner, een ouder, of een broer of zuster. Hieruit werd de conclusie getrokken dat moeilijkheden of psychische stoornissen 'nuttig' konden zijn voor het functioneren van een of meer andere gezinsleden en voor het evenwicht in het gezin. De symptomen van een gezinslid konden 'functioneel' zijn voor de orde en rust binnen het gezin.
Om dergelijke observaties een zekere samenhang en een theoretische fundering te geven, maakte men gebruik van de begrippen uit de 'general systems theory' van L. Bertalanffy (1968). De kern van diens model is de veronderstelling dat iedere wijziging in één onderdeel van een systeem repercussies heeft voor alle onderdelen. Wijzigingen die het evenwicht verstoren, leiden tot acties waardoor het evenwicht weer herstelt.
Men kan binnen de systeemtherapie de volgende benaderingen onderscheiden: de structurele, transgenerationele, communicatie-theoretische, experiëntiële , cybernetische en de leertheoretische en cognitieve systeembenadering.
Plaatsing met goedkeuring van CCGT








Boeken
CD's
Burnout test
Forum
FAQ